De Bijbel veroordeelt arrogantie (hoogmoed) ten zeerste en beschouwt het als een ernstige zonde die leidt tot ellende en de ondergang. Het wordt gezien als een 'kwaal van het hart' en opstandigheid tegenover God.
Arrogantie is een gruwel in Gods ogen, en Hij zal zich ertegen verzetten . We mogen verwachten dat God ons zal vernederen wanneer we ons arrogant gedragen, want Hij belooft dat te doen.
De Heer straft mensen die kwaad doen
De Heer weet wat de mensen doen, hij ziet al hun daden. Als slechte mensen kwaad doen, zullen ze gestraft worden. Want het kwaad dat ze bedenken, treft henzelf. Ze zullen sterven, omdat ze niet naar deze wijze lessen geluisterd hebben.
David schreef deze psalm, nadat hij in een levensbedreigende situatie had gezeten. Gedurende zijn nood bleef hij echter op God vertrouwen en dat was niet tevergeefs! In Psalm 34 lezen we over het vrezen van God en over de belofte die Hij heeft voor wie dat doen.
Spreuken 4:23 zegt: bewaak je hart. Van alles wat je bewaakt moet je vooral je hart bewaken. Wees zuinig op je hart en op wat daar binnenkomt. Je kunt iets bewaken zodat er niets uitgaat, een kluis bijvoorbeeld, daar stop je geld in zodat het niet door iemand wordt meegenomen.
Een dwaas zal de lessen van zijn vader negeren, maar wie luistert naar de terechtwijzingen van zijn vader, toont zich verstandig.
17 De voorbijgaande, die zich vertoornt in een twist, die hem niet aangaat, is gelijk die een hond bij de oren grijpt. 18 Gelijk een, die zich veinst te razen, die vuursprankelen, pijlen en dodelijke dingen werpt; 19 Alzo is een man, die zijn naaste bedriegt, en zegt: Jok ik er niet mede?
In Psalm 52 gaat het over de macht en verdorvenheid van iemand die in het kwaad roemt. Die goddeloze, hoogmoedige persoon is een beeld van de antichrist. Met de kwaadaardigheid waarin deze goddeloze persoon zich uit, hebben trouwe gelovigen in alle tijden te maken.
In psalm 130 gaat het over de levenskunst, de geloofskunst van het wachten: 'Ik zie uit naar de Heer, mijn ziel ziet uit naar Hem en verlangt naar zijn woord meer dan wachters naar de morgen'.
Psalm 72 laat ons zien dat het door de regering van Christus drie kanten uit zal gaan. De goede kant voor de nooddruftigen die in hun nood en verlorenheid op Hem hopen. De genade van koning Jezus zal hen redden.
Je vijand niet haten maar liefhebben
In het Nieuwe Testament grijpt Jezus terug op bovengenoemde tekst uit Leviticus 19:1718: 'Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen…' (Mat. 5:43-44).
Wanneer dingen onrechtvaardig lijken, kunnen we geloof in Hem en in het plan van onze hemelse Vader uitoefenen. We kunnen erop vertrouwen dat door de Heiland uiteindelijk alles goed komt. En in tijden van beproeving geeft de Heilige Geest ons troost en kracht.
Toch roept Jezus ons op om los te laten, omdat dit de weg opent naar vrijheid. Loslaten is vergeven. Jezus leert ons dat als wij anderen vergeven, ook wij vergeving ontvangen (Mattheüs 6:14-15). Vergeven betekent niet dat je goedkeurt wat iemand heeft gedaan, maar dat je de last ervan niet langer draagt.
We onderscheiden drie typen: individuele arrogantie, een opgeblazen mening over iemands vaardigheden, eigenschappen of prestaties in vergelijking met objectieve waarheden; vergelijkende arrogantie, een opgeblazen waardering van iemands vaardigheden, eigenschappen of prestaties in vergelijking met anderen; en antagonistische arrogantie, het kleineren of bespotten van anderen...
Arrogantie komt soms voort uit onzekerheid. Het is een heel vermoeiende manier om een positief zelfbeeld in stand te houden. Want dat zelfbeeld is gebaseerd op de vergelijking met anderen. Draai het om: voel je goed over jezelf, zonder jezelf te vergelijken met wie dan ook.
“ De HEER heeft een afkeer van de hoogmoedigen; zij zullen zeker gestraft worden ” (Spreuken 16:5, NLT – Nieuwe Levende Vertaling). Arrogantie is een houding van hoogmoed gecombineerd met minachting voor de wetten van God en andere mensen. Het is het tegenovergestelde van nederigheid.
In deze psalm zien we Gods volk, dat geheel uit rechtvaardigen bestaat, in Jeruzalem en Sion in de tijd van het vrederijk (vers 12). God, de Schepper, Die Zijn hele schepping verzorgt, staat in een bijzondere betrekking tot Zijn volk. Zijn volk kent Hem als rechtvaardig, vol van medelijden en goed.
In Psalm 42 blikken we in het hart van het overblijfsel. We zien daarin hoezeer ze ernaar verlangen om bij God in Jeruzalem te zijn en ook hun vertrouwen in Hem. In Psalm 43 zien we de oorzaak van hun ellende: de antichrist, de man van bedrog en onrecht (Ps 43:1).
In Psalm 104 wordt het werk van de schepper bezongen en de vreugde die God in zijn schepping heeft (vers 31). Ook hier zien we een geschapen wereld zonder hiërarchie – alles bestaat in dezelfde afhankelijkheid van God.
In Psalm 66 zingt de dichter over Gods grote daden. Hij zoekt naar woorden om te beschrijven wat in mensentaal niet is uit te drukken: de machtige God van hemel en aarde, die zich wil bemoeien met ons kleine mensen. Hij is zo groot, zo ontzagwekkend.
We lezen in deze psalm over hun verlangen om terug te keren naar het land Israël, de aliyah – betekent 'opgaan', dat is terugkeren naar het beloofde land, in dit geval de terugkeer van de tien stammen –, en in het bijzonder hun verlangen om Gods gezalfde, de Messias, Christus Jezus, te ontmoeten (vers 10).
Psalm 68 vertelt ons dat Christus gaven heeft ontvangen, maar vertelt niets over het feit dat Hij gaven geeft aan mensen. Dat laatste is een verborgenheid die pas geopenbaard kon worden in het Nieuwe Testament. Dat gebeurt in de brief aan de Efeziërs.
21 De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand. 22 De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.
In Spreuken 16:3 is daar ook een belofte aan gekoppeld: 'Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.' Als je je plannen in gebed aan de Heere voorlegt, zullen ze door Hem worden gezegend. Innerlijke rust. Als we op God vertrouwen, kunnen en mogen we de last van zorgen en angst loslaten.
11 Door den zegen der oprechten wordt een stad verheven; maar door den mond der goddelozen wordt zij verbroken. 12 Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil. 13 Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.